Anticonceptie na de bevalling

Na je bevalling denk je waarschijnlijk nog niet aan geslachtsgemeenschap. Toch is het belangrijk – wanneer je niet direct weer zwanger wilt raken – tijdig aan anticonceptie te denken. Ook na je bevalling kan je namelijk al voor je eerste ongesteldheid weer vruchtbaar zijn (eerste eisprong vindt soms al 4 weken na de bevalling plaats). Het exacte moment verschilt van vrouw tot vrouw. Zo zorgt het geven van borstvoeding er veelal voor dat je – in vergelijking met flesvoeding – pas later vruchtbaar bent. Dit komt doordat het hormoon Prolactine – dat de melkproductie regelt – de opbouw van baarmoederslijmvlies en de eisprong onderdrukt.

Snel na de bevalling zwanger raken is extra zwaar voor je lichaam. Je bent immers nog aan het ontzwangeren en herstellen van je zwangerschap.

Anticonceptie en borstvoeding

Indien je borstvoeding geeft is het gebruik van sommige anticonceptiemiddelen sterk af te raden. Vaak wordt de pil zonder oestrogeen, het anticonceptiestaafje, de prikpil of een spiraal aangeraden. Neem contact op met een medisch expert om te kijken welk anticonceptiemiddel het best bij jouw situatie past.

Als je na drie maanden na je bevalling nog niet ongesteld bent geworden kan je naar je huisarts gaan. Deze geeft je een hormoonkeur die je cyclus weer op gang brengt.